Wat is Beelddenken?

Om te kunnen denken en leren hebben we allemaal twee hersenhelften ter beschikking. Als baby beginnen we echter met onze rechterhersenhelft. Daarin bevinden zich o.a ritme, ruimtelijk inzicht,  muziek, kleur  overzicht, verbeelding. We hebben nog geen beschikking over bv de taal.Zoals het woord al zegt: denken in beelden (plaatjes,films) en gebeurtenissen.

Als we ouder worden gaan we verbindingen maken met onze linkerhersenhelft. We leren bv. taal, volgorde, nummers, logica. Rond het tiende jaar is de koppeling tussen de linker en de rechterhersenhelft compleet. Op deze leeftijd  zie je of  een kind een taaldenker of een beelddenker is.

De meeste mensen kunnen zowel in beeld als in taal denken. (40% beelden en 60% taal). Een beelddenker blijft een voorkeur houden voor de rechterhersenhelft en denkt voor meer dan  60% in beelden.

Taaldenkers denken voornamelijk verbaal ( woorden/zinnen). Ze kunnen wel beelden in gedachten zien, maar die zijn puur illustratief of ondersteunend voor de manier waarop zij denken.

Beelddenkers denken op een non-verbale manier. Zij nemen multizintuigelijk  waar (geluid, beeld,gevoel,geur) Het kan ook omschreven worden als Visueel-Ruimtelijk denken.  


Stel je eens voor het woord VIS. In gedachten kun je het woord horen en de letters V I S zien. Een beelddenker ziet in gedachten een vis, kan de vinnen, de staart en de schubben op zijn huid onderscheiden, hij hoort ‘m als het ware in het water spartelen. Hij heeft er ook een gevoel bij door de ervaring die hij met een vis heeft.

En dat heeft zowel voor- als nadelen. Een voordeel is dat een beelddenker in staat is om snel het geheel te overzien en vlot bij een oplossing komt. Het is een snelle manier van denken. Een nadeel is echter dat ze, datgene wat ze overzien, niet altijd vlug kunnen verwoorden. Ze moeten de woorden bij de driedimensionale beelden zoeken. Dat kost meer tijd en energie.Daardoor zijn ze soms moeilijk te volgen voor anderen. Beelddenkers kunnen in de war raken (desoriënteren) als iets niet logisch in hun denkwijze past. Bij tweedimensionale symbolen die plat en niet ruimtelijk zijn, zoals bijvoorbeeld de letters van ons alfabet, kunnen ze de automatische koppeling met de klank niet maken. Ze volgen niet het spoor van het geluid bij lezen of spellen, waardoor ze een woord als 'boot' niet zullen groeperen met woorden die hetzelfde klinken(bv schoot), maar met 'kano' omdat ze allebei op het water drijven.

Beelddenkers zien wat ze denken (eigen werkelijkheid) en zien niet waarnaar ze kijken (werkelijkheid).


Het onderwijssysteem

Zowel beelddenkers als taaldenkers kunnen problemen krijgen bij het leren, maar in ons huidige onderwijssysteem zijn het vooral de beelddenkers die op verschillende gebieden tegen problemen aanlopen. De oorzaak daarvan ligt bij het feit dat ons onderwijssysteem verbaal en opéénvolgend is ingesteld. Beelddenkers verwerken immers de informatie met al hun zintuigen tegelijk. Alleen op deze manier zijn zij in staat om een beeld te vormen bij de aangeboden stof en deze te verwerken en te onthouden. De manier van onderwijzen in de meeste basisscholen is gericht op een verbale manier van informatie verwerken (de leerkracht vertelt/legt uit). Beelddenkers willen liever zien en doen.

Een ander probleem is, dat beelddenkers veel tijd nodig hebben om alle informatie in hun hoofd te vertalen: verbaal binnenkomende informatie moet worden omgezet naar beelden en beelden moeten weer omgezet worden naar woorden. Instructie en uitleg gaan voor hen te snel om te vertalen en daardoor begrijpen zij deze niet en raken achter. De leesmethoden die op scholen gebruikt worden zijn gebaseerd op analyse/synthese (hakken en plakken), terwijl beelddenkers bij de verschillende aangeboden losse letters geen beeld hebben. Hele woorden hebben voor hen betekenis d.m.v. het beeld dat ze erbij hebben, maar letters op zich hebben voor hen geen betekenis. Onze taal kent ook beeldloze woorden. bv die,dat,de, een, het, enz. Beelddenkers slaan bij het lezen deze woorden vaak over omdat ze er geen beeld bij kunnen oproepen. Technisch lezen gaat dan vaak minder goed dan begrijpend lezen. Of beelddenkers (symptomen van) dyslexie ontwikkelen hangt af van hun aanleg voor taal en hun omgeving. De manier van leren lezen en schrijven is daarbij van groot belang.

Hoe herken je de beelddenker in de klas?

Let op de dromerige leerling die niet lijkt op te letten. Beelddenkers dromen vaak weg in hun eigen beeld. Vaak al na het horen van een bepaald woord in de instructie. Bv.Bussommen maken, ik ging ook eens met de bus op schoolreisje……en weg is de aandacht van de sommen.

  • Let op de leerling met een taalachterstand. Taal is niet hun middel om te communiceren.
  • Let op de leerling die moeite heeft met het volgen van de mondelinge instructie. Verbale informatie in beelden omzetten kost tijd en daardoor mis je de rest van de instructie e weet je niet wat je moet doen. Stap voor stap leren kunnen beelddenkers alleen als ze het doel, het grotere geheel, begrijpen.
  • Let op de leerling die alles letterlijk neemt. Woorden worden omgezet in beelden. Als we zeggen:”alle gekheid op een stokje” zal de beelddenker zoeken naar het stokje en  de uitdrukking niet begrijpen.
  • Let op de leerling die niet goed kan verwoorden wat er gebeurt is in de pauze of in een conflict. Beelden hebben geen begin of eind dus waar ga je beginnen met je verhaal?
  • Let op de leerling die zelf zijn werk niet kan structureren bv huiswerk, agenda. Beelddenkers hebben moeite met analyseren en plannen.

Kijk ook eens bij de andere kenmerken van beelddenkers op de volgende pagina!